8.5 C
New York
donderdag 8 december 2022

PvdA: gebruik uitstel omgevingswet voor verbetering gevolgen lozingen op oppervlaktewater

De fractie van de PvdA in het Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard hebben zorgen over de waterkwaliteit en willen de periode van uitstel van de omgevingswet gebruiken om na te denken voor verbeteringen van de vergunningen. Bestuurslid Anneke Heinecke heeft hierover vragen gesteld aan het Dagelijks Bestuur. Ze leidt haar vragen in met onderstaand betoog :

De invoering van de Omgevingswet is opnieuw uitgesteld. Het vijfde uitstel is dus een feit en het is maar de vraag of een half jaar wel voldoende is. Het nieuwe uitstel geeft ons de gelegenheid om nog eens goed na te denken over de gevolgen van een eventuele invoering van de Omgevingswet, bijvoorbeeld als het gaat om de waterkwaliteit. Nog specifieker: hoe zit het met de vergunningen voor lozingen op het oppervlaktewater? Een artikel op het Drinkwaterplatform baart ons zorgen.

Allereerst maakt het principe ‘verboden te lozen, tenzij’ plaats voor ‘je mag lozen, tenzij’. Daarnaast is het zo dat de bevoegdheid tot regelgeving over lozingen na invoering van de Omgevingswet gedecentraliseerd is. Alleen voor de meest milieubelastende activiteiten blijft het Rijk aan zet. Voor de overige lozingen kunnen gemeenten en waterschappen zelf regels gaan opstellen en bepalen of ergens een vergunning voor nodig is. Citaat Waterplatform: ‘De drinkwatersector is erg bezorgd over de nieuwe inrichting van lozingsregels.’ En verderop “Met name gemeenten beschikken vaak niet over voldoende kennis om de juiste regels op te stellen voor bescherming van de waterkwaliteit.

Bij waterschappen is de expertise er over het algemeen wel. We maken ons dan ook vooral zorgen over de indirecte lozingen: lozingen op de riolering van huishoudens en bedrijven. In rioolwaterzuiveringsinstallaties zitten steeds meer moeilijk verwijderbare stoffen, zoals PFAS. Die belanden vervolgens in oppervlaktewater.”

Onze vragen

  • Hoe staat u tegenover de ‘verandering van het principe ‘verboden te lozen’ in ‘je mag lozen, tenzij’? Bent u het met ons eens dat er daardoor minder controle is aan de voorkant en er dus meer aandacht voor handhaving nodig is? Zo nee, hoe ziet u dit dan?
  • Hoe staat u tegenover de gedeelde verantwoordelijkheid met gemeenten als het om regelgeving over lozingen gaat? Was het niet beter geweest als de waterschappen hier de volledige bevoegdheid hadden gekregen?
  • Kunt u exact aangeven voor welke wateren HHSK na de invoering van de Omgevingswet verantwoordelijk is als het gaat om regelgeving voor de lozingen en voor welke niet? Of hoe werkt de gedeelde verantwoordelijkheid?
  • Waarom is het Algemeen Bestuur niet expliciet op de hoogte gebracht van deze wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet? Zijn er nog meer van dit soort addertjes onder het gras?
  • Is de Unie van Waterschappen bij de voorbereiding van de Omgevingswet wel voldoende betrokken geweest? Zo ja, heeft de Unie van Waterschappen bij de voorbereiding van de Omgevingswet een discussie aangezwengeld over de regels voor lozingen op het oppervlaktewater? Zo nee, waarom niet?
Advertentie