8.5 C
New York
maandag 22 april 2024

Informatiebrief basisscholen wijk Zuidplas zorgt voor nieuwe vragen en onrust

ChristenUnie/SGP en VVD stellen opnieuw vragen over het proces naar nieuwe basisscholen in de wijk Zuidplas. Tijdens de programmacommissie Samenleving van 27 maart jl. is er, op verzoek van de SP, opnieuw gedebatteerd over dit onderwerp.

Op tafel lag informatie over het doorlopen participatietraject en antwoorden op schriftelijke vragen van de ChristenUnie/SGP. Raadslid Patrick Molenaar (VVD): ‘tijdens die bespreking vroegen wij om een heldere tijdlijn, wat kunnen we verwachten en wanneer? Want wij merken en horen dat omwonenden in onzekerheid zitten en duidelijkheid willen.’ Wethouder Zijlstra kon gelukkig melden dat er op dat moment een brief aan omwonenden bij het sorteercentrum lag, met precies die inhoud. Molenaar: ‘de brief hebben wij een dag later kunnen lezen, en bevatte niet de heldere tijdlijn die wij bedoelden. Sterker nog, deze riep veel vragen op bij omwonenden.’ Raadslid Rina Schuil-Stoorvogel (ChristenUnie/SGP): ‘elke brief of nota lijkt weer nieuwe vragen op te roepen, het is niet duidelijk. Zo ontstaat onrust en wantrouwen, dat is niet zo vreemd. In deze brief staat bijvoorbeeld dat er draagvlak is voor een integraal kindcentrum (IKC). Dat herkennen participanten niet en is ook niet terug te lezen in de uitkomsten van de enquête en meedenksessie. Waarop is deze conclusie dan gebaseerd?’

Beide raadsleden hopen met deze vragen wederom opheldering te krijgen en als het even kan een stukje meer vaart in het proces. Want de scholen zijn echt toe aan vervanging.

Daarom hebben de VVD en ChristenUnie/SGP de volgende schriftelijke vragen ingediend:

1. Op welke manier is de brief van 26 maart verspreid? Is deze direct naar omwonenden gestuurd en/of via de scholen verspreid aan omwonenden en betrokkenen?

2. In de brief wordt gesteld dat ‘er draagvlak bestaat voor het uitwerken van scenario’s voor drie scholen op een gekozen locatie. Dit in combinatie met een integraal kindcentrum (IKC) en eventueel andere – aan basisscholen gerelateerde – maatschappelijke voorzieningen. Zo is gebleken uit het participatieproces en de wensen van de scholen’.

a. Wat verstaat het college onder het begrip draagvlak?
b. Waarop baseert het college precies de conclusie dat er draagvlak bestaat voor een IKC?
c. Waarop baseert het college precies de conclusie dat er eventueel draagvlak is voor andere – aan de basisschool gerelateerde – maatschappelijke voorzieningen?
d. Wordt met ‘drie scholen op een gekozen locatie’ bedoeld dat er draagvlak zou bestaan voor het clusteren van de huidige drie scholen op één locatie? Zo ja, waarop baseert het college die conclusie
?

3. In de brief staat te lezen dat na het informeren van de gemeenteraad in mei een nieuwe projectfase start waarin de gemeente ontwerpen voor schoolgebouwen uitwerkt (scenario’s). En dat een nieuw participatietraject start waarbij een bijeenkomst wordt georganiseerd om ontwerpen te tonen en reactie op te halen. Daarna wordt opnieuw naar de scenario’s gekeken en worden afwegingen gemaakt voor het doorvoeren van mogelijke aanpassingen. In de beantwoording van de schriftelijke vragen van de ChristenUnie/SGP staat dat ook de opbrengsten van de afgelopen participatie zullen worden meegenomen bij deze scenario’s. Daarnaast staat in deze beantwoording dat de raad niet alleen wordt geïnformeerd, maar ook in de positie is om overwegingen aan het college mee te geven, waarna het college pas definitief besluit over deze locatie.

a. Hoe definieert het college scenario’s, waar moeten wij aan denken? Gaat het bijvoorbeeld om scenario’s qua architectuur/ stijl, of scenario’s qua toe te voegen functies, zoals wel of geen woonfunctie of maatschappelijke voorzieningen, scenario’s qua hoogte, qua parkeren en verkeer/doorstroming of hoeveelheid groen?
b. Is een eventueel noodzakelijke tijdelijke locatie ook onderdeel van de scenario’s? Komen er scenario’s met en zonder noodzakelijke tijdelijke locatie?
c. Als een tijdelijke locatie nodig is, is er toegezegd dat ook inwoners hierover mogen meedenken. Hoe komt dit terug in het tijdspad en wie bepaalt uiteindelijk waar de tijdelijke locatie komt? Op basis van welke afwegingen en voor welke periode?
d. Welke uitkomsten uit de afgelopen participatie worden meegenomen in deze scenario’s en hoe zijn deze bepaald?


4. Zoals besproken tijdens het debat op 27 maart jl. is er bij alle stakeholders behoefte aan duidelijkheid en eenduidige informatie. De toegezegde heldere tijdlijn ontbreekt echter in het schrijven van 26 maart jl.
Kan het college een duidelijke tijdslijn opstellen (onder voorbehoud van eventuele wijzigingen die duidelijk gecommuniceerd worden) waaruit blijkt wie en wanneer betrokken worden in welke fase van het project, waarbij tevens duidelijk wordt wat het doel van de bijdrage is (advies, besluitvorming, ophalen ideeën etc.).

5. De brief sluit af met de aankondiging dat het college uiteindelijk een voorstel wordt aangeboden voor een scenario/ontwerpkeuze en dat dat naar verwachting najaar van 2024 plaatsvindt.
a. Is najaar 2024 naar verwachting ook het moment dat de gemeenteraad een voorstel voor investeringskrediet wordt voorgelegd, zoals genoemd in de beantwoording van de schriftelijke vragen van de ChristenUnie/SGP?
b. Wanneer start naar verwachting – ongeveer – de daadwerkelijke bouw van de nieuwe scholen?
c. Door het college is steeds benadrukt dat de scholen hard aan vervanging toe zijn. Vindt het college de tijd tussen nu en de daadwerkelijke verwachte ingebruikneming van de nieuwe scholen acceptabel?
d. Ziet het college mogelijkheden om het proces te versnellen?

Advertentie