Twee personen van 41 en 36 zijn door de rechtbank Rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar waarvan een half jaar voorwaardelijk. De verdachten worden schuldig bevonden aan babbeltrucs waarbij geld en goederen werden gestolen. Een van deze zaken speelde zich in 2025 af in Nieuwerkerk aan den IJssel.
De twee veroordeelden deden zich voor als medewerkers van de politie of bank. Door langdurige telefoongesprekken creëerden zij een geloofwaardig verhaal over zogenaamd dreigend financieel gevaar. Daardoor gaven slachtoffers hun bankpassen (met pincodes), contant geld, antiek bestek en sieraden aan de deur af, onder het voorwendsel dat deze “in bewaring” werden genomen voor hun eigen veiligheid. Echter kregen de slachtoffer deze goederen, passen en contant geld nooit meer terug.
Bij de aanhouding bleek dat op een van de inbeslaggenomen telefoons er gezocht was naar de namen van wijkagenten in Ouderkerk en Nieuwerkerk aan den IJssel. Hiermee kon men zich voordoen alsof men daadwerkelijk de wijkagent was en daarmee de misdaden plegen. De rechtbank acht het zeer kwalijk dat deze vorm van diefstal nadrukkelijk is gericht op mensen op hoge leeftijd, vanwege hun kwetsbaarheid, afhankelijkheid en vertrouwen in instanties.
De verdachten moeten naast de celstraf ook meerdere slachtoffers een schadevergoeding betalen voor de gestolen bedragen en goederen en immateriële schade.