Al meerdere keren werd er over gesproken, waarom heeft Dirk Van den Dool geen straat in zijn eigen dorp? Afgelopen jaar verscheen het boek van Kor van der Glas van de Historische Vereniging Nieuwerkerk aan den IJssel en ook daarin uitgebreid het verhaal van Dirk van de Eerste Tochtweg. Vandaag was het zover, 81 jaar na zijn overlijden krijgt hij zijn eigen pad, naast het Oranjepad en Oranjeplantsoen is er het D.F. Van den Doolpad. Het bord werd door drie van zijn acht kinderen vandaag onthuld bij een zeer druk bezochte bijeenkomst.
Burgemeester Weber schetste een typering achter de naam van Dirk van den Dool : “Want het verhaal achter deze naam is er één van moed, van keuzes maken op momenten waarop de meeste mensen zouden aarzelen. Het is het verhaal van iemand die, 81 jaar geleden, niet het veilige pad koos, maar het moeilijke; het pad van verzet. Een pad dat hij niet voor zichzelf bewandelde, maar voor anderen. Voor vrijheid, voor rechtvaardigheid, voor een toekomst die hij zelf niet meer zou meemaken, maar waar wij vandaag wél in mogen leven“.

Zowel burgemeester Weber als zijn zoon Alexander stonden stil dat Dirk vooral zijn verzetswerk deed als onderdeel van zijn geloof. Tijdens het dankwoord van zijn zoon, bleek dat deze erg blij was dat het een pad was geworden, naar het Oude Testament : Jesaja 26: 7 “Het pad des rechtvaardigen is geheel effen, den gang des rechtvaardigen weegt Gij recht.” Die rechtvaardigheid haalde burgemeester Weber ook aan.
Vanaf 1944 was Dirk in het dorp het aanspreekpunt voor de Binnenlandse Strijdkrachten. Hij vervulde een spilfunctie bij de verspreiding van de illegale krant Trouw, een taak die uiterste voorzichtigheid vroeg en die hem voortdurend in gevaar bracht. In de winter van 1944 werd hij verraden door één van de onderduikers die hij onder zijn bescherming had genomen, een gebeurtenis die zijn verzetswerk abrupt en tragisch tot stilstand bracht.

Op oudejaarsdag 1944 werd Dirk, samen met Cor Termorshuizen, en Jaap Hoogendoorn, gearresteerd en naar de gevangenis in Utrecht gebracht. Ondanks de zware omstandigheden wist hij, voordat hij op 5 februari 1945 naar Kamp Amersfoort werd overgebracht, nog een briefje naar zijn vrouw te smokkelen. Daarin vroeg hij niet alleen om brood, stroop, boter en oogdruppels. Hij schreef ook over het verraad dat hem had getroffen. Maar in plaats van op te roepen tot wraak, vroeg hij zijn vrouw en kinderen om de man die hem had verraden te vergeven, zoals hij dat zelf ook had gedaan. Het briefje laat zien hoe diep zijn geloof verankerd was in zijn handelen, zelfs in de donkerste omstandigheden.
Toen zijn vrouw dat briefje ontving, stapte zij samen met haar zoon Gert meteen op de fiets om de gevraagde spullen naar Utrecht te brengen. Maar ze kwamen te laat. Dirk was op dat moment al op weg naar Kamp Amersfoort, een dag die hij niet zou overleven. Na aankomst van de trein in Amersfoort werden de gevangenen te voet naar het kamp overgebracht. Tijdens die voettocht is Dirk door de Duitsers doodgeschoten.
Pas veertien dagen na zijn dood bereikte het bericht zijn vrouw en kinderen, en pas ná de oorlog ontvingen zij een condoleancebrief van Koningin Wilhelmina. Die brief was een erkenning van het offer dat Dirk had gebracht. Het verlies was immens, en de oorlog liet diepe sporen na in het leven van zijn vrouw en kinderen.
Dirk werd uiteindelijk zonder kist begraven op de begraafplaats Oud-Leusden in Amersfoort. Later is hij herbegraven op de Gemeentelijke Begraafplaats Rusthof in Amersfoort. In Amersfoort is er een gedenkteken waar zijn naam op staat en vanaf vandaag een pad in Nieuwerkerk aan den IJssel.
