Dossier Knibbelweg Oost: Waar liggen de grenzen van bestuurlijke solidariteit?

Kinbbelweg Oost

Onlangs verscheen bij Gouwe IJssel Nieuws het nieuwsbericht dat de gemeente Zuidplas het bestuursakkoord met betrekking tot de A12-corridor niet ondertekend heeft in verband met schending van afspraken die gemaakt zijn over de ontwikkeling van Knibbelweg-Oost. Dit bericht en overige berichtgeving hieromtrent deden mijn wenkbrauwen fronsen. Mogelijk gaat het al snel om bedragen waarmee bij wijze van spreken de bouw van een nieuw gemeentehuis gefinancierd kan worden. (Is het al verkiezingstijd trouwens?) Verbazing en vragen, waar ik u onderstaand in meeneem.

Ontwikkeling Knibbelweg-Oost als voorwaarde voor overname van gronden uit de grondbank?

In het voornoemde op de website van Gouwe IJssel Nieuws gepubliceerde artikel staat vermeld dat nadat er afspraken zijn gemaakt over de ontwikkeling van Knibbelweg-Oost er voor miljoenen aan gronden zijn overgenomen van de grondbank RZG Zuidplas, waarin destijds onder andere de provincie participeerde.

De betreffende overname van gronden van de grondbank is destijds geregeld in een zogenaamde vaststellingsovereenkomst die op 24 april 2012 is overeengekomen. Als ik die vaststellingsovereenkomst erop nalees dan kan ik daarin niets vinden over de ontwikkeling van Knibbelweg-Oost als bedongen voorwaarde voor de door de gemeente Zuidplas overgenomen gronden van de grondbank destijds.

Mogelijk dat deze (harde) afspraak met de provincie opgenomen is in een andere bron, dat wordt mij uit de informatienota aan de gemeenteraad echter onvoldoende duidelijk. Het zou m.i. wenselijk zijn als door het college duidelijker kan worden gemaakt welke harde (rechtens afdwingbare?) afspraken momenteel worden geschonden door de provincie en wat de bron daarvan is. (Zijn dit mondelinge afspraken? Correspondentie? Andere raadpleegbare overeenkomsten?) Daar zou ik het college toe willen uitnodigen.

(tekst loopt door onder afbeelding)

Ongeoorloofd afbreken van de onderhandelingen? Gerechtvaardigde belangen van de wederpartij en de beginselen van behoorlijk bestuur

In de brief van het college van B&W aan gedeputeerde Blom d.d. 16 februari jl. wordt medegedeeld dat de gemeente Zuidplas onder de in de brief weergegeven omstandigheden niet over kan gaan tot ondertekening van het bestuursakkoord inzake de A12-corridor. Dit kan de suggestie wekken dat de gemeente Zuidplas zich teruggetrokken heeft. Echter, afgaande op de lezing van het college kan ook gesteld worden dat juist de provincie en de overige gemeenten als partijen van het bestuursakkoord eenzijdig tegenover de gemeente Zuidplas de onderhandelingen hebben afgebroken.

Partijen die met elkaar onderhandelen dienen hun gedrag mede te laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij. Wanneer een partij gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat er enigerlei overeenkomst voort zou komen uit de onderhandelingen en de onderhandelingen toch door de wederpartij(en) eenzijdig worden afgebroken, dan kan dat onder bepaalde omstandigheden onrechtmatig zijn en schadevergoeding of een verplichting tot hervatting van de onderhandelingen afgedwongen worden. Dit valt onder het zogenaamde leerstuk van de precontractuele aansprakelijkheid en hoewel dit leerstuk mogelijk niet in alle opzichten rechtstreeks toepasbaar is op onderhandelingen door overheden in het kader van bestuursakkoorden geldt evenwel dat overheden in het kader van onderhandelingen hun gedrag niet alleen mede dienen te laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij, maar daarbij ook de beginselen van behoorlijk bestuur in acht dienen te nemen, waaronder de verplichting tot een zorgvuldige belangenafweging (van de belangen van alle betrokkenen), het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van fair play.

Getuige de informatienota aan de gemeenteraad stelt het college dat op 15 februari door de provincie aan de gemeente Zuidplas werd bericht dat het voorgestelde bestuursakkoord voorwaarden bevatten waarmee de ontwikkelcombinatie Ondernemen A12-A20 zich kon verenigen, zodat de gemeente Zuidplas over kon gaan tot ondertekening. Nota bene later diezelfde dag ontvangt de gemeente Zuidplas bericht dat de provincie en overige gemeenten hier toch vanaf zien, waarna de provincie en de gemeenten Lansingerland, Zoetermeer en Waddinxveen direct overgaan tot ondertekening van een bestuursakkoord zonder de gemeente Zuidplas. Waarom hebben de provincie en de gemeenten Lansingerland, Zoetermeer en Waddinxveen de ondertekening niet uitgesteld en heeft men, gelet op de (gerechtvaardigde) belangen van de gemeente Zuidplas en (o.a. doch niet uitsluitend) de ontwikkelcombinatie A12-A20 en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur de onderhandelingen niet nader voortgezet? Deze handelswijze wekt vooralsnog de indruk onredelijk en mogelijk ongeoorloofd te zijn, of klopt de lezing van het college niet?

Bestuurlijke solidariteit

De provincie en de gemeenten Zoetermeer, Lansingerland en Waddinxveen dienen ook rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van de gemeente Zuidplas en rechtstreeks belanghebbenden zoals onder andere de ontwikkelcombinatie Ondernemen A12-A20.

In wederkerigheid geldt dat de gemeente Zuidplas rekening dient te houden met de gerechtvaardigde belangen van de provinice en andere gemeenten. Overprogrammering van te onwikkelen locaties voor bedrijfsterreinen is een wezenlijk probleem van algemeen belang. Zonder een goede uitleg valt echter niet te begrijpen waarom de ontwikkeling van de ontwikkellocatie Glasparel+ in Waddinxveen wel prioriteit gekregen heeft terwijl de gemeente Zuidplas op dringend verzoek van de provincie het (nieuwe ontwerp) bestemmingsplan met betrekking tot Knibbelweg-Oost, dat al ter inzage lag, uit procedure heeft gehaald.

Weliswaar zou een reactieve aanwijzing volgen wanneer de gemeente Zuidplas dit verzoek had geweigerd, echter de gemeente Zuidplas had er ook voor kunnen kiezen om beroep aan te tekenen tegen een eventuele reactieve aanwijzing: naar ik uit stukken begrijp heeft de gemeente Zuidplas uit bestuurlijke solidariteit naar de provincie en de gemeenten Zoetermeer, Lansingerland en Waddinxveen besloten om het bestemmingsplan uit de procedure te halen. Nu bekruipt mij het gevoel dat die bestuurlijke solidariteit er (althans op dit moment) niet is richting de gemeente Zuidplas.

Kan gedeputeerde Blom uitleggen hoe het thans gesloten bestuursakkoord getuigt van bestuurlijke solidariteit richting de gemeente Zuidplas? Waarom zou de ontwikkeling van Knibbelweg-Oost lager geprioriteerd moeten worden dan de ontwikkellocaties Prisma, Logistiek Park A-12 Bleizo en het Veilingterrein in de andere gemeenten. Aannemelijk is dat er een noodzaak bestaat tot het tegengaan van overprogrammering, echter bestuurlijke solidariteit en algemene beginselen van behoorlijk bestuur impliceren ook dat de nadelen van hiertoe noodzakelijk geachte prioritering en fasering zoveel als in redelijkheid mogelijk evenredig over de partijen wordt verdeeld. Kan gedeputeerde Blom uitleggen hoe hierin wordt voorzien met betrekking tot de gemeente Zuidplas?

Als inwoner van de provincie Zuid Holland heb ik de behoefte om hierover geïnformeerd te worden, waarmee de provincie tevens de gelegenheid tot wederhoor wordt geboden. Als inwoner van de provincie Zuid Holland wil ik de gedeputeerde hiertoe uitnodigen.

Tot besluit

De lokale pers kan hopelijk een rol spelen in het kader van hoor en wederhoor bevragen van betrokken partijen en het opdiepen van informatie waarmee de vele vragen die de recentelijke ontwikkelingen omtrent de ontwikkellocatie Knibbelweg-Oost opgeroepen hebben te kunnen beantwoorden.

Al langere tijd bestaat bij mij de indruk dat de bestuurlijke verhoudingen tussen de provincie en de gemeente Zuidplas bekoeld zijn. Een bekoelde verstandhouding grijpt verder in dan alleen deze kwestie. Op verschillende fronten heb ik de indruk dat daar waar voorheen er meer bereidheid was tot meedenken en oplossingsgerichtheid, er nu meer sprake lijkt te zijn van een zekere polarisatie waardoor ook inwoners en bedrijven benadeeld kunnen worden die regelmatig toch al langdurig in onzekerheid zitten of tegen blokkades oplopen. Het algemeen belang vormt zowel de grondslag als de begrenzing van bestuurlijke solidariteit. Ook wanneer bevoegdheden rechtmatig worden gebruikt, kan dit het vertrouwen en de solidariteit schaden, ook bij inwoners en bedrijven.

Ik hoop dat de provincie en gemeente, in het algemene belang dat zij ten behoeve van de inwoners dienen, voor nu en in de toekomst toch elkaars betrouwbare partner blijken te zijn.

Mocht dit onverhoopt toch niet lukken, dan hoop ik dat de provincie en de gemeente(n) aan de inwoners en bedrijven begrijpelijk kunnen uitleggen waarom in deze het algemeen belang het noodzakelijk maakte grenzen te stellen aan de bestuurlijke solidariteit.

De toekomst zal het leren.

Ingezonden door Ruben Kortenoeven