Coalitiefracties hebben veel technische vragen over mogelijke stijging afvalstoffenheffing

De coalitiefracties ChristenUnie/SGP, CDA en VVD hebben schriftelijke vragen ingediend over de mogelijke stijging van de afvalstoffenheffing door de forse kostenoverschrijdingen van verwerken van restafval en mindere opbrengsten van het plastic. De vragen zijn vooral technisch van aard en gaan deels over informatie die in de begrotingen al heeft gestaan maar nooit opgemerkt zijn. Vorige week stuurde het college een informatienota naar de gemeenteraad dat er zowel een incidenteel als een structureel tekort is. Dit zal gaan inhouden dat de afvalstoffenheffing mogelijk verhoogd gaat worden.

Volgens de partijen was het al met de begrotingsbehandeling in november 2018 bekend dat de landelijke afvalstoffenheffing op restafval verdubbeld zou worden. Het college had dit wel vermeld in de begroting maar het is niet verwerkt in een nieuw afvalstoffentarief. De partijen, die tijdens de behandeling van de begroting hierover niets gevraagd of gezegd hebben, willen nu van het college weten wat het exacte tarief is. Ook zijn er diverse vragen over de aanbestedingen die volgens het college duurder zijn geworden.

De raadsleden Slobbe, De Jonge en Karreman willen ook weten hoe het kan dat, na het uitpluizen van de eerdere begrotingen, niet alle kosten gedekt zijn uit de reserve voor het afval, waaruit alle kosten en baten betaald moeten worden volgens de wet BBV die de financiële processen van een gemeente voorschrijft. Naast deze procesvragen willen de vragenstellers weten of het onderzoek naar transparantie en de kostenopbouw van de producten van Cyclus (de afvalverwerker waar Zuidplas deels eigenaar van is) al is afgerond.

De vragen gaan vooral over de kosten van het afval en niet over de mogelijke maatregelen die de inwoners kan raken of over de verminderde opbrengst van het plastic. Een stijging van de afvalstoffenheffing kan de VVD niet goed uitkomen met de roep tot lagere woonlasten. In Zuidplas is de afvalstoffenheffing tussen 2014 en 2019, met een gemiddelde van 40 euro variabele kosten per huishouden, gedaald van €286,- naar €250,-.